Menucommando’s en toetscombinaties
In dit hoofdstuk wordt de werking van alle items in de vervolgkeuzemenu's van OmniPlan uitgelegd en vindt u een overzicht van de standaard toetscombinaties ervoor, als die bestaan. Meer informatie over hoe u toetscombinaties kunt toevoegen aan commando's die er geen hebben, vindt u in Toetscombinaties toevoegen.
Het menu OmniPlan
Het menu OmniPlan bevat opdrachten die specifiek betrekking hebben op het beheer van de OmniPlan-toepassing zelf. Hier kunt u controleren op updates, uw voorkeuren weergeven en wijzigen, en nieuwe licentiegegevens opgeven.
- Over OmniPlan
- Dit gedeelte bevat details over uw versie van OmniPlan, de licentiestatus en contactgegevens van The Omni Group. Hier kunt u zien welke versie van de toepassing u gebruikt.
- Zoek naar nieuwe versies (alleen Omni Store)
- Hiermee controleert u of er een nieuwe versie van OmniPlan beschikbaar is om te downloaden. U kunt ook automatische controles instellen in de Updatevoorkeuren.
- Voorkeuren (Command-,)
- Hiermee opent u het venster Voorkeuren van OmniPlan, waar u kunt aanpassen hoe de toepassing voor u moet werken.
- Serveraccounts
- Hiermee opent u het venster Serveraccounts met een lijst van de gekoppelde accounts voor projectopslag en agendaservers en de OmniPlan-projecten die ermee worden gesynchroniseerd. De opties voor publicatie en abonnementen voor samenwerking zijn functies van OmniPlan Pro.
- Ontgrendel OmniPlan
- Meld u hier aan met uw Omni-account om dit exemplaar van OmniPlan te ontgrendelen met het account.
- Beheer Omni-account en aankopen
- Hiermee opent u het venster Omni-account, waar u uw Omni-account en OmniPlan-licenties kunt beheren. Dit commando verschijnt nadat u zich voor de eerste keer hebt aangemeld.
- Gratis testmodus (alleen testversie)
- Als u een testversie van OmniPlan gebruikt, schakelen deze commando's tussen de versies Pro en Standard van de app zodat u de functies kunt vergelijken.
- Probeer Pro-editie
- Probeer standaard editie
- Leer meer over Pro (alleen standaardeditie)
- Hiermee opent u een venster met informatie over de functies van de OmniPlan Pro-upgrade.
- Voorzieningen
- Hiermee krijgt u toegang tot de systeemvoorzieningen van macOS die door andere toepassingen worden aangeboden.
- Verberg OmniPlan (Command-H)
- Hiermee verbergt u tijdelijk alle OmniPlan-vensters.
- Verberg andere (Option-Command-H)
- Hiermee verbergt u tijdelijk de vensters van andere toepassingen, zodat u zich kunt concentreren op OmniPlan.
- Toon alles
- Hiermee geeft u alle vensters van alle toepassingen weer.
- Stop OmniPlan (Command-Q)
- Hiermee sluit u OmniPlan af. Uw bestanden worden automatisch opgeslagen.
- Stop en sluit alle vensters (Option-Command-Q)
- Hiermee sluit u OmniPlan en alle open projectvensters. Uw bestanden worden opgeslagen. De volgende keer dat u OmniPlan opent, wordt er een nieuw document gemaakt (er worden geen bestaande projecten geopend).
- In-app aankopen (alleen Mac App Store)
- Hiermee wordt het venster voor in-app aankopen geopend. Kies welke versie van OmniPlan 4 u wilt kopen: de gratis testversie van 14 dagen, de standaardeditie of de Pro-editie.
Het menu Archief
Het menu Archief bevat commando's voor OmniPlan op databaseniveau. Maak nieuwe documenten en kopieer, bewaar, dupliceer, herstel en beheer bestaande documenten. Het menu bevat ook commando's voor het ophalen van gegevens uit OmniPlan: afdrukken, exporteren, publiceren, rapportages en meer.
- Nieuw project (Command-N)
- Hiermee wordt de wizard Nieuw project geopend om een nieuw OmniPlan-projectbestand te maken.
- Nieuw dashboard (Shift-Command-N)

- Hiermee maakt u een nieuw (leeg) dashboard waarmee u de status van verschillende projecten kunt vergelijken.
- Nieuw dashboard van open projecten (Option-Shift-Command-N)

- Hiermee maakt u een nieuw dashboard dat is gevuld met alle OmniPlan-projecten die momenteel open staan.
- Open (Command-O)
- Hiermee kunt u browsen naar een bestaand OmniPlan-project, dashboard of ander bestand van een type dat OmniPlan kan openen.
- Open recente bestanden
- Hiermee opent u een recent gebruikt OmniPlan-bestand.
- Sluit (Command-W)
- Hiermee sluit u het voorste OmniPlan-venster.
- Sluit alles (Option-Command-W)
- Hiermee sluit u alle OmniPlan-vensters.
- Bewaar (Command-S)
- Hiermee bewaart u alle wijzigingen in het OmniPlan-project of -dashboard dat u momenteel wijzigt.
- Dupliceer (Shift-Command-S)
- Hiermee maakt u een identieke kopie van het huidige bestand (de kopie wordt pas opgeslagen als u hier een bestemming voor heeft gekozen).
- Bewaar als (Option-Shift-Command-S)
- Hiermee bewaart u een kopie van het huidige bestand als een nieuw bestand.
- Wijzig naam
- Hiermee wijzigt u de naam van het huidige bestand.
- Verplaats naar
- Hiermee wijzigt u de locatie van het huidige bestand in de mappenstructuur van uw Mac.
- Bewaar als sjabloon
- Hiermee bewaart u het huidige OmniPlan-project als een sjabloon die kan worden gebruikt als basis voor nieuwe projecten.
- Vorige versie
- Hiermee zet u het huidige bestand terug naar een eerdere versie van hetzelfde bestand.
- Keer terug naar serverkopie

- Hiermee zet u een gedeeld OmniPlan-project terug naar de versie die is opgeslagen op de server. Alle lokale wijzigingen worden verwijderd.
- Deel
- Gebruik het deelmenu van macOS om een kopie van het huidige OmniPlan-project te verzenden naar een andere toepassing.
- Rapport (Option-Command-R)

- Hiermee opent u het venster Rapport om een stijl en gegevensset te kiezen om een rapport mee te genereren over het huidige project.
- Exporteer (Option-Command-E)
- Hiermee exporteert u uw OmniPlan-project in verschillende bestandsindelingen.
- Publiceer

- Hiermee publiceert u het huidige OmniPlan-project naar een aangewezen opslagplaats op een server (lokale wijzigingen worden doorgevoerd in de daar opgeslagen versie).
- Pagina-instelling (Shift-Command-P)
- Hiermee opent u het standaardvenster Pagina-instelling van macOS waarin u de instellingen voor het afdrukken (of voor het exporteren naar een PDF-bestand) kunt wijzigen. Deze instellingen worden altijd opgeslagen, zelfs als u OmniPlan afsluit.
- Druk af (Command-P)
- Hiermee opent u het standaard afdrukvenster van macOS met opties voor afdrukken (of exporteren naar een PDF-bestand).
Het menu Wijzig
Het menu Wijzig bevat commando's voor het wijzigen van onder andere de inhoud van taken, bronnen, agendablokken en infovenstervelden. Hier vindt u de opdrachten Knip, Kopieer, Plak en Herstel.
- Herstel (Command-Z)
- Hiermee herstelt u de laatste door u uitgevoerde wijziging. U kunt op deze manier een aantal stappen teruggaan als u meerdere wijzigingen ongedaan wilt maken.
- Opnieuw (Shift-Command-Z)
- Hiermee voert u de laatste ongedaan gemaakte actie opnieuw uit. U kunt op deze manier een aantal stappen vooruitgaan als u het commando Herstel een aantal malen hebt gebruikt.
- Knip (Command-X)
- Hiermee verwijdert u de geselecteerde tekst of items. Ze komen op het klembord, zodat u ze ergens kunt plakken.
- Kopieer (Command-C)
- Hiermee plaatst u een kopie van de geselecteerde tekst of items op het klembord, zodat u ze ergens kunt plakken.
- Kopieer koppeling naar een taak/bron
- Hiermee plaatst u een koppeling naar de geselecteerde items op het klembord. Als u deze koppeling plakt, krijgt u een OmniPlan-URL waarmee het projectbestand wordt geopend met daarin de geselecteerde items gemarkeerd.
Items openen via URL
OmniPlan ondersteunt URL's (koppelingen) die beginnen met omniplan://. Deze zijn meestal gemaakt met de menucommando's Kopieer koppeling naar een taak of Kopieer koppeling naar een bron. Wanneer u een dergelijke URL opent, opent en markeert OmniPlan het opgegeven item.
Bijvoorbeeld:
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx opent het project Coffee Plan op de desktop van de gebruiker.
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/task/14 opent het project en markeert de taak met de unieke ID 14.
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/task/14,22,67 opent het project en markeert de taken met de unieke ID's 14, 22 en 67.
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/resource/2 opent het project en markeert de bron met de unieke ID 2.
U kunt ook URL's maken die zoeken naar bepaalde andere waarden dan de ID:
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/task?title=Clean%20Up opent het project Coffee Plan op de desktop van de gebruiker en markeert alle taken met de naam Clean Up.
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/task?name=Clean%20Up opent ook het project en markeert alle taken met de naam Clean Up.
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/task?position=1.9.1 opent het project en markeert de taak op opbouwpositie 1.9.1. Voor de URL's wordt hiërarchische nummering gebruikt, onafhankelijk van of u hiërarchische of standaardnummering hebt ingesteld in het menu Weergave.
omniplan://Volumes/Local/Users/someone/Desktop/Coffee%20Plan.oplx/resource?name=Coffee%20Beans opent het project en markeert de bron met de naam Coffee Beans.
Als u een bestand wilt gebruiken als bestemming van een OmniPlan-URL, moet het bestand zijn opgeslagen op een locatie waar de OmniPlan-sandbox toegang tot heeft. De linkpaden van OmniPlan-URL's zijn absoluut. Dus als u een bestand naar een andere locatie verplaatst, werken de URL's naar dat bestand niet meer.
- Plak (Command-V)
- De inhoud van het klembord wordt op het huidige invoegpunt ingevoegd. Als het klembord alleen tekst bevat (geen volledige items) en u de tekst van een item aan het wijzigen bent, wordt de tekst op het invoegpunt geplakt. Anders wordt de inhoud van het klembord geplakt als nieuw item.
- Verwijder
- Hiermee verwijdert u de geselecteerde items of tekst uit uw document.
- Selecteer alles (Command-A)
- Hiermee selecteert u alles in de opbouw of, als u de tekst van een onderdeel aan het wijzigen bent, alle tekst in de cel.
- Deselecteer alles (Shift-Command-A)
- Hiermee heft u de volledige selectie op, zodat er niets meer geselecteerd is.
- Dupliceer (Command-D)
- Hiermee maakt u een ander item dat identiek is aan het geselecteerde item en plaatst u het er direct achter.
- Wijzig notitie (Command-’)
- Hiermee gaat u van de tekst naar de notitiezone van een item of gaat u van de notitiezone terug naar de tekst.
- Voeg koppeling naar bestand toe
- Kies een bestand om te koppelen aan het geselecteerde item (of het gehele project, als er niets is geselecteerd). Het wordt toegevoegd aan de lijst in het infovenster Gekoppelde bestanden. Als er een link naar een bestand wordt toegevoegd, wordt het bestand niet opgenomen in het project. Het werkt als een webadres, het is een verwijzing naar een bestand ergens anders in uw systeem.
- Zoek
-
Dit submenu bevat de standaard zoekcommando's die ook in vele andere macOS-toepassingen te vinden zijn: Zoek (dit opent een venster waar u reguliere expressies kunt invoeren en kunt zoeken-en-vervangen), Zoek volgende, Zoek vorige, Gebruik selectie voor zoekactie (hiermee voert u de geselecteerde tekst in als de zoektekst) en Spring naar selectie.
- Zoek (Command-F)
- Zoek volgende (Command-G)
- Zoek vorige (Shift-Command-G)
- Gebruik selectie voor zoekactie (Command-E)
- Spelling
-
Dit submenu bevat de standaard spellingcommando's voor het spellingcontrolesysteem van macOS: Spelling (hiermee opent u het venster Spelling), Controleer spelling (hiermee controleert u de spelling in het document eenmalig) en Controleer spelling tijdens typen (hiermee schakelt u de automatische spellingcontrole in of uit).
- Spelling (Command-:)
- Controleer spelling (Command-;)
- Controleer spelling tijdens typen
- Start dicteren (fn fn)
- Wanneer dicteren is ingeschakeld in > Systeemvoorkeuren > Dicteren en spraak, selecteert u een wijzigbaar tekstveld en gebruikt u dit commando voor het invoeren van tekst via spraak.
- Emoji's en symbolen (Control-Command–Spatie)
- Hiermee opent u het tekenpalet van macOS, dat tekens bevat die lastig of niet rechtstreeks op het toetsenbord beschikbaar zijn.
Het menu Opmaak
Gebruik het menu Opmaak voor de opmaak van notitieteksten in OmniPlan. Tussen de beschikbare opties vindt u alle gangbare algemene tekststijlen van macOS.
Opmaakopdrachten zijn alleen van toepassing in notitievelden.
- Toon/verberg lettertypen (Command-T)
- Hiermee kunt u het venster Lettertypen weergeven en verbergen.
- Vet (Command-B)
- Hiermee maakt u de geselecteerde tekst vet.
- Cursief (Command-I)
- Hiermee maakt u de geselecteerde tekst cursief.
- Onderstreping (Command-U)
- Hiermee onderstreept u de geselecteerde tekst.
- Groter (Command-+)
- Hiermee vergroot u de geselecteerde tekst.
- Kleiner (Command-–)
- Hiermee verkleint u de geselecteerde tekst.
- Toon/verberg kleuren (Shift-Command-C)
- Hiermee kunt u het venster Kleuren weergeven en verbergen.
- Kopieer stijl (Option-Command-C)
- Hiermee kopieert u de stijl van de geselecteerde tekst, zodat u deze elders kunt toepassen met de opdracht Plak stijl. Er wordt gebruik gemaakt van een speciaal stijlklembord zodat u de gegevens op het normale klembord niet kwijtraakt.
- Plak stijl (Option-Command-V)
- Hiermee past u de stijl van het stijlklembord (verkregen met de opdracht Kopieer stijl) toe op de geselecteerde tekst.
Het menu Weergave
Het menu Weergave bevat opties voor het snel configureren van uw databaseweergave. Toon en verberg verschillende onderdelen van de interface, en vouw hier de details van de onderdelen open of samen in de hoofdopbouw.
- Toon/verberg tabbalk
- Hiermee toont of verbergt u de tabbalk van macOS in het huidige OmniPlan-venster.
- Toon alle tabbladen/Verlaat tabbladoverzicht (*Shift-Command-*)
- Hiermee schakelt u over naar een weergave met miniaturen van de inhoud van elk tabblad als een titel in het OmniPlan-venster of keert u terug naar de volledige standaardweergave.
- Touch Bar aanpassen
- Hiermee kiest u welke opdrachten verschijnen in de Touch Bar (op apparaten die dat ondersteunen).
- Projectopbouwweergave (Option-Command-1)
- Schakel over naar de projectopbouwweergave van het huidige actieve project.
- Gantt-weergave (Option-Command-2)
- Schakel over naar de Gantt-weergave van het huidige actieve project.
- Netwerkweergave (Option-Command-3)
- Schakel over naar de netwerkweergave van het huidige actieve project.
- Bronweergave (Option-Command-4)
- Schakel over naar de bronweergave van het huidige actieve project.
- Taakopbouw
-
Dit submenu bevat commando's voor het aanpassen van de weergave van de opbouw in de projectopbouwweergave en Gantt-weergave.
-
Kolommen aanpassen: Hiermee opent u een paneel om te kiezen welke kolommen u wilt weergeven in de opbouw.
-
Toon/verberg opbouwweergave: De opbouwweergave aan de linkerkant van het OmniPlan-venster tonen of verbergen.
-
Toon/verberg nummering: De nummering in de opbouw tonen of verbergen.
-
Standaardnummering: Elke rij in de opbouw krijgt een heel nummer (1, 2, 3, 4, etc.) ongeacht of het wel of geen onderliggend item is.
-
Hiërarchische nummering: Rijen krijgen een nummer op basis van hun plek in de opbouwhiërarchie (1, 1.1, 1.1.1, 1.1.2, etc.).
-
Toon altijd volledige tekst: Altijd de volledige tekst van rijtitels tonen.
-
Vouw samen bij niet wijzigen: De tekst van de rijtitel afkappen tot één regel wanneer u de rij niet aan het wijzigen bent.
-
Vouw alles uit (Control-Command-9): Alle rijen in de opbouw uitvouwen om alle onderliggende items te laten zien.
-
Vouw alles samen (Control-Command-0): Alle rijen samenvouwen en alle onderliggende items verbergen. Alleen de rijen op het hoogste niveau zijn zichtbaar.
-
Vouw rijen uit (Command-9): De geselecteerde opbouwrijen uitvouwen om de onderliggende items te laten zien.
-
Vouw rijen samen (Command-0): De geselecteerde rijen samenvouwen om de onderliggende items te verbergen.
-
- Gantt
-
Dit submenu bevat commando's voor het aanpassen van de weergave van het Gantt-diagram in de Gantt-weergave.
-
Taaklabels aanpassen: Hiermee opent u een paneel waar u kunt instellen welke labels moeten worden weergegeven voor taken in het Gantt-diagram, waaronder intervaltracering.
-
Afhankelijkheidslijnen: Afhankelijkheidslijnen tonen of verbergen.
-
Kritieke paden: Kritieke paden tonen of verbergen (ze moeten ook individueel zijn ingeschakeld in het infovenster Mijlpalen.)
-
Spelingslijnen: Spelingslijnen tonen of verbergen.
-
Arcering groep: Hiermee schakelt u de kleuren van groepen in of uit.
-
Restricties: Restricties tonen of verbergen.
-
- Netwerkdiagram
-
Dit submenu bevat commando's voor het aanpassen van de weergave van het netwerkdiagram in de netwerkweergave.
-
Taaklabels aanpassen: Hiermee opent u een paneel waar u kunt instellen welke metadata moeten worden weergegeven voor taakknooppunten in de netwerkweergave.
-
Kritieke paden: Kritieke paden tonen of verbergen (ze moeten ook individueel zijn ingeschakeld in het infovenster Mijlpalen.)
-
- Bronnenlijst
-
Dit submenu bevat commando's voor het aanpassen van de weergave van de bronnenlijst in de bronweergave.
-
Kolommen aanpassen: Hiermee opent u een paneel om te kiezen welke kolommen u wilt weergeven in de bronnenlijst.
-
Toon altijd volledige tekst: Altijd de volledige tekst van rijtitels tonen.
-
Vouw samen bij niet wijzigen: De tekst van de rijtitel afkappen tot één regel wanneer u de rij niet aan het wijzigen bent.
-
Vouw alles uit (Control-Command-9): Alle rijen in de opbouw uitvouwen om alle onderliggende items te laten zien.
-
Vouw alles samen (Control-Command-0): Alle rijen samenvouwen en alle onderliggende items verbergen. Alleen de rijen op het hoogste niveau zijn zichtbaar.
-
Vouw rijen uit (Command-9): De geselecteerde opbouwrijen uitvouwen om de onderliggende items te laten zien.
-
Vouw rijen samen (Command-0): De geselecteerde rijen samenvouwen om de onderliggende items te verbergen.
-
- Tijdlijn
-
Dit submenu bevat commando's voor het aanpassen van de weergave van de tijdlijn in de bronweergave.
-
Taaklabels aanpassen: Hiermee opent u een paneel waar u kunt instellen welke labels moeten worden weergegeven voor taken in de tijdlijn, waaronder intervaltracering.
-
Bronbelasting: De bronbelasting voor elke bron in de tijdlijn tonen of verbergen.
-
Niet toegewezen track: De niet toegewezen track in de tijdlijn tonen of verbergen.
-
Kritieke paden: Kritieke paden tonen of verbergen (ze moeten ook individueel zijn ingeschakeld in het infovenster Mijlpalen.)
-
Restricties: Restricties tonen of verbergen.
-
Toon projectstart: Het diagramgedeelte voor de start van het project arceren.
-
- Basislijnvergelijking
-
Als er een basislijnschema is ingesteld, kunt u in dit submenu bepalen hoe de basislijn wordt weergegeven ten opzichte van het huidige schema.
-
Toon huidig schema: Hiermee toont u alleen het huidige schema in het Gantt-diagram.
-
Toon basislijnschema: Hiermee toont u alleen het basislijnschema in het Gantt-diagram.
-
Toon beide schema's: Hiermee toont u het basislijnschema en het huidige schema op volledige hoogte in het Gantt-diagram. Het basislijnschema wordt in het grijs weergegeven, de balken in het huidige schema behouden hun kleur. Daar waar het basislijnschema en de het huidige schema overeenkomen, overlappen de balken van het huidige schema die van de basislijn.
-
Toon gesplitste schema's: Hiermee toont u het basislijnschema en het huidige schema. Ze zijn gesplitst zodat elk schema de halve hoogte van een taakrij in het Gantt-diagram beslaat. Het huidige schema staat in de bovenste helft van de rij (met de originele balkkleur) en het basislijnschema in de onderste helft (in het grijs).
-
- Inactieve tijd
-
Dit submenu bevat opties voor de weergave van inactieve tijd in het Gantt-diagram (Gantt-weergave) en de tijdlijn (bronweergave).
-
Geen: Er wordt geen inactieve tijd getoond.
-
Feestdagen: Feestdagen worden aangemerkt als inactieve tijd.
-
Weekends: Weekends worden aangemerkt als inactieve tijd.
-
Alle: Alle inactieve tijd wordt vermeld in het Gantt-diagram en de tijdlijn.
-
- Maak passend aan project (Option-Command-0)
- Het Gantt-diagram of de tijdlijn wordt passend gemaakt zodat het hele project op één scherm past.
- Maak passend aan selectie (Option-Shift-Command-0)
- Het Gantt-diagram of de tijdlijn wordt zo geschaald dat het hele scherm wordt gevuld met de geselecteerde items.
- Toon/verberg kritiek pad
- Hiermee toont of verbergt u de markering van het kritieke pad in de huidige weergave.
- Toon/verberg overzicht
- Hiermee toont of verbergt u de overzichtsbalk in het huidige actieve OmniPlan-venster.
- Ga naar Vandaag (Shift-Command-T)
- Hiermee gaat u naar de huidige datum in het Gantt-diagram. Dit commando werkt alleen in de Gantt-weergave.
- Zoom
-
Dit submenu bevat commando's voor het vergroten en verkleinen van het zichtbare deel van het project in de Gantt-weergave.
-
Zoom in (Command->): Toon het Gantt-diagram in kleinere tijdseenheden waardoor taken meer horizontale ruimte innemen op het scherm.
-
Zoom uit (Command->): Toon het Gantt-diagram in grotere tijdseenheden waardoor taken minder horizontale ruimte innemen op het scherm.
-
Zoom passend naar project (Option-Command-0): Maak het Gantt-diagram passend zodat alle taken van het project op één scherm passen.
-
Zoom passend naar selectie (Shift-Option-Command-0): Maak het Gantt-diagram passend zodat de geselecteerde taken de breedte van het venster vullen.
-
- Filter
-
Dit submenu bevat commando's voor het wijzigen, toepassen, maken en verwijderen van filters voor de zichtbaarheid van taken in het project.
-
Filter taken (Option-Command-F): Hiermee opent u het dialoogvenster Filter, waar u de projectfilters kunt wijzigen.
-
Werk huidige filter bij: Hiermee past u het huidige filter opnieuw toe op het project en worden eventuele wijzigingen meegenomen. (Het filter wordt past toegepast op nieuwe en gewijzigde taken als het filter wordt vernieuwd.)
-
Verwijder filter: Hiermee verwijdert u het toegepaste filter en worden alle taken weer zichtbaar.
-
Herstel opgeslagen filter: Kies in het submenu een eerder gemaakt en opgeslagen filter om toe te passen op het project.
-
- Focus (Shift-Command-F)
- Hiermee verbergt u alle taken anders dan de huidige geselecteerde taken (dit menuonderdeel is alleen beschikbaar als u een groep hebt geselecteerd).
- Toon/verberg knoppenbalk
- Toon of verberg de knoppenbalk.
- Pas knoppenbalk aan
- Hiermee bepaalt u welke opties de knoppenbalk moet bevatten.
- Open/sluit volledig scherm (Control-Command-F)
- Hiermee bekijkt u OmniPlan op volledige scherm of keert u terug naar een bescheiden venster.
Het menu Project
Het menu Project bevat de instellingen voor het beheer van een lopend project.
- Stel basislijn in
- Hiermee maakt u een basislijnschema op basis van het huidige werkelijke schema van het project.
- Verwijder basislijn
- Hiermee verwijdert u een actieve basislijn.
- Toon wijzigingen/Verberg wijzigingen (Option-Command-T)

- Hiermee toont of verbergt u bijgehouden wijzigingen om te zien welke wijzigingen zijn gemaakt in het project. Dit geldt voor lokale wijzigingen en voor wijzigingen van andere gebruikers die wijzigingen publiceren naar een gedeelde opslagplaats op een server.
- Nivelleer bronnen automatisch
- Hiermee schakelt u automatische nivellering van bronnen voor een project in of uit. Als deze optie is ingeschakeld, wordt het project na elke wijziging genivelleerd.
- Nivelleer bronnen (Shift-Command-L)
- Hiermee nivelleert u het project handmatig voor een optimale planning en brontoewijzing.
- Wis nivellering
- Hiermee verwijdert u vertragingen die zijn veroorzaakt door bronnivellering. De standaard planningsparameters van taken worden hersteld.
- Werk bij tot datum (Option-Command-U)
- Hiermee markeert u alle taakwerkzaamheden als voltooid op de huidige datum.
- Stel schema onvoltooide taken opnieuw in (Shift-Command-R)
- Hiermee plant u alle taken met onvoltooide werkzaamheden op een bepaalde datum opnieuw in.
- Stel huidige wijzigingsdatum in
- Hiermee stelt u een datum in (anders dan de huidige datum) als benchmark voor wijzigingen.
- Voer Monte Carlo-simulaties uit

- Hiermee opent u het dialoogvenster Monte Carlo-simulatie voor een inschatting van de kans dat mijlpalen op tijd worden behaald.
- Stel in als standaard voor nieuwe taken/groepen/mijlpalen
- Hiermee stelt u de configuratie van de geselecteerde taak, groep of mijlpaal in als standaard voor nieuwe taken, groepen of mijlpalen.
- Opties voor synchroniseren en delen

- Hier kunt u de opties voor synchronisatie en abonnementen instellen voor het huidige project.
- Publiceer (Control-Command-P)

- Hiermee publiceert u lokale wijzigingen in het project naar een gedeelde opslagplaats op een server.
- Vernieuw (Control-Command-U)

- Hiermee vernieuwt u het project en haalt u wijzigingen van anderen op uit de gedeelde opslagplaats op de server.
Het menu Structuur
Het menu Structuur bevat commando's voor het bewerken van items in uw project op basis van hun hiërarchische positie. Dit is vooral handig wanneer u werkt met geneste taken en groepen.
- Voeg toe
-
Dit menu bevat commando's voor het toevoegen van verschillende soorten taken (in de Gantt-weergave) en bronnen (in de bronweergave) aan het project. Deze commando's zijn contextafhankelijk en gebaseerd op de geselecteerde taak of bron.
-
Taak/Bron (Return): Hiermee voegt u op het hoogste niveau een taak toe aan de taakopbouw of bron aan de bronnenlijst.
-
Afhankelijke taak: Hiermee voegt u een taak toe die met de geselecteerde taak is verbonden via een Einde → Begin-afhankelijkheid.
-
Onderliggende taak/bron (Command-}): Hiermee voegt u een onderliggende taak of bron toe aan de geselecteerde taak of bron. De geselecteerde taak of bron verandert in een taak- of brongroep.
-
Bovenliggende gerelateerde taak/bron (Command-}): Hiermee voegt u een taak of bron toe op een hiërarchisch niveau boven de geselecteerde taak of bron.
-
Groep: Hiermee voegt u een lege groepstaak of -bron toe aan het project.
-
Afhankelijke groep: Hiermee voegt u een lege groepstaak toe die met de geselecteerde taak is verbonden via een Einde → Begin-afhankelijkheid.
-
Mijlpaal (Shift-Command-M): Hiermee voegt u een mijlpaal toe aan het project.
-
Afhankelijke mijlpaal: Hiermee voegt u een mijlpaal toe die met de geselecteerde taak is verbonden via een Einde → Begin-afhankelijkheid.
-
Apparatuur bron: Hiermee voegt u een apparatuurbron toe aan de bronnenlijst.
-
Materiaalbron: Hiermee voegt u een materiaalbron toe aan de bronnenlijst.
-
- Verplaats
-
Gebruik deze commando's om het huidige geselecteerde item te verplaatsen in de opbouwhiërarchie zonder de niet-geselecteerde items te beïnvloeden. Met Omhoog en Omlaag wijzigt u de locatie van een item ten opzichte van de onderliggende niveaus. Met Naar rechts en Naar links vergroot of verkleint u de inspringing van een item. Wanneer items worden verplaatst, verhuizen hun onderliggende niveaus mee.
- Omlaag (Control-Command-pijl omlaag)
- Naar rechts (Control-Command-pijl rechts)
- Omhoog (Control-Command-pijl omhoog)
- Naar links (Control-Command-pijl links)
- Inspringing (Command-])
- Hiermee verplaatst u het geselecteerde item naar rechts, zodat het een onderliggend niveau wordt van het voorgaande item in de opbouw.
- Inspringing verkleinen (Command-[)
- Hiermee verplaatst u het geselecteerde item naar links, zodat het op hetzelfde niveau als het voorheen bovenliggende niveau komt. De locatie van de voorheen onderliggende niveaus van het item wordt niet gewijzigd. Alleen de positie van het geselecteerde item in de hiërarchie is gewijzigd.
- Groepeer (Option-Command-L)
- Als u een of meer taken hebt geselecteerd, maakt u met dit commando een nieuwe groepstaak met daarin de geselecteerde taken.
- Degroepeer
- Hiermee kunt u de geselecteerde taken verwijderen uit de groep. Het worden taken op het bovenste niveau (en er kunnen lege groepstaken overblijven).
- Splits taak (Option-Command-S)
- Splits een geselecteerde taak in meerdere stukken met ruimte ertussen.
- Koppel taken
-
Dit submenu bevat commando's voor het maken van afhankelijkheidsrelaties tussen geselecteerde taken.
- Begin → Begin
- Begin → Einde
- Einde → Begin (Control-Command-=)
- Einde → Einde
- Ontkoppel taken (Control-Command--)
- Hiermee verwijdert u alle afhankelijkheidsrelaties tussen de geselecteerde taken.
- Wijs bron toe
- Hiermee wijst u een bron uit het bijbehorende submenu toe aan de geselecteerde taak of taken.
- Wis toewijzingen (Option-Command-Delete)
- Hiermee verwijdert u brontoewijzingen van de geselecteerde taak of taken.
- Sorteer alle taken/bronnen of Sorteer geselecteerde taken/bronnen
-
Dit submenu bevat commando's voor het sorteren van een selectie taken (in de projectopbouwweergave of Gantt-weergave) of bronnen (in de bronweergave) op basis van verschillende parameters.
- Titel, A-Z
- Titel, Z-A
- Inspanning, van laagste naar hoogste
- Inspanning, van hoogste naar laagste
Het menu Infovensters
Dit menu bevat commando's voor navigatie tussen de verschillende infovensters van OmniPlan.
- Toon/verberg infovensters (Shift-Command-I)
- Hiermee toont of verbergt u het infovenster aan de rechterzijde van het actieve projectvenster.
- Project
- Hiermee opent u het infovenster Project.
- Mijlpalen
- Hiermee opent u het infovenster Mijlpalen.
- Taak
- Hiermee opent u het infovenster Taak.
- Bron
- Hiermee opent u het infovenster Bron.
- Stijlen
- Hiermee opent u het infovenster Stijlen.
- Aangepaste gegevens
- Hiermee opent u het infovenster Aangepaste gegevens.
Het menu Automatisering (Pro)
Dit menu in OmniPlan Pro bevat commando's voor JavaScript om de manier waarop u projecten maakt in OmniPlan te automatiseren.
- Acties voor de plug-in
- Als de plug-in is geïnstalleerd, verschijnt het actiemenu van de plug-in bovenaan de lijst.
- Toon console
- Hiermee opent u de automatiseringsconsole.
- Wis console (Command-K)
- Hiermee wist u eerdere input uit de automatiseringsconsole.
- Consolethema
- Kies hier een thema met tekstgrootte Normaal, Medium of Groot voor de automatiseringsconsole.
- API-referentie
- Ontdek de mogelijkheden van Omni Automation in OmniPlan. Bekijk de beschikbare klassen en bijbehorende constructors, functies en properties.
- Plug-ins
- Hiermee opent u het Plug-in-venster van OmniPlan, waar u uw Omni Automation-plug-ins kunt toevoegen, verwijderen en beheren.
Ga naar de website van OmniPlan Automation voor voorbeelden van plug-ins en voor meer informatie over scripting voor OmniPlan.
AppleScript gebruiken (Pro)
Met OmniPlan Pro krijgt u toegang tot krachtige scriptingtools die de ingebouwde AppleScript-bibliotheek gebruiken. Als u het woordenboek met specifieke scriptingcommando’s voor OmniPlan wilt openen, opent u de AppleScript-editor en kiest u Archief > Open woordenboek (Shift-Command-O). Kies vervolgens OmniPlan.app in de lijst die verschijnt.
Het menu Venster
Dit menu bevat opdrachten voor het openen, gebruiken en wisselen van projectvensters.
- Minimaliseer venster (Command-M)
- Hiermee wordt het voorste venster in het dock geplaatst.
- Minimaliseer alles (Option-Command-M)
- Hiermee worden alle open OmniPlan-vensters in het dock geplaatst.
- Zoom/Zoom alles
- Hiermee zoomt u het voorste venster tussen het grootst mogelijke formaat en het laatst ingestelde formaat. Als u Option ingedrukt houdt, verandert dit in Zoom alles en worden alle open vensters in- of uitgezoomd naar hun maximale of oorspronkelijke groottes.
- Plaats venster links in scherm
- Hiermee schakelt u over naar een split-screen, met het voorste venster aan de linkerkant van het scherm en alle andere vensters aan de rechterkant.
- Plaats venster rechts in scherm
- Hiermee schakelt u over naar een split-screen, met het voorste venster aan de rechterkant van het scherm en alle andere vensters aan de linkerkant.
- Verplaats naar scherm
- Hiermee verplaatst u het voorste venster naar een ander aangesloten scherm.
- Nieuw venster op "Document"
- Hiermee opent u een nieuw venster boven het actieve projectbestand.
- Toon vorige tabblad (Control-Shift-Tab)
- Als u documenten met tabbladen bekijkt in één venster, gaat u hiermee naar het document in het vorige tabblad.
- Toon volgende tabblad (Control-Shift-Tab)
- Als u documenten met tabbladen bekijkt in één venster, gaat u hiermee naar het document in het volgende tabblad.
- Verplaats tabblad naar nieuw venster
- Als u documenten met tabbladen bekijkt in één venster, verplaatst u hiermee het document naar een nieuw venster.
- Voeg alle vensters samen
- Voeg alle OmniPlan-vensters samen in één venster met meerdere tabbladen.
- Fouten (Shift-Command-V)
- Hiermee opent u het venster Fouten voor het huidige project.
- Alles op voorgrond
- Hiermee brengt u alle OmniPlan-vensters naar de voorgrond van uw scherm. Als u de toets Option ingedrukt houdt, verandert dit in Rangschik op voorgrond, waarmee u uw OmniPlan-vensters kunt rangschikken in een geometrisch patroon voor maximale zichtbaarheid.
Onderaan het menu Venster staat een lijst van al uw OmniPlan-vensters. Selecteer het venster dat u vooraan wilt plaatsen.
Het menu Help
Via het menu Help in OmniPlan krijgt u toegang tot verschillende ondersteuningsbronnen, zoals deze documentatie, de release-opmerkingen en de contactgegevens van onze aardige supportmedewerkers.
- Zoek
- Zoek in alle menu's van OmniPlan naar specifieke commando's.
- OmniPlan Help
- Hiermee opent u de helpdocumentatie in de viewer van de in-app-help.
- Release-opmerkingen
- Bekijk wat er zoal nieuw is in de nieuwste versie van OmniPlan.
- Abonneer op de Omni-nieuwsbrief
- Hiermee gaat u naar de Omni-website waar u zich kunt abonneren op onze nieuwsbrief via e-mail. U ontvangt alleen het laatste nieuws en tips voor OmniPlan en andere apps van de Omni Group.
- Open scriptsmap

- Hiermee opent u de speciale Finder-map voor het opslaan van AppleScript-scripts die u wilt openen vanuit de knoppenbalk.
- Neem contact op met Omni
- Schrijf een e-mail naar het OmniPlan-supportteam. We staan voor u klaar om u advies te geven, uw vragen beantwoorden en uw feedback ontvangen.
Toetscombinaties toevoegen
Als u een toetscombinatie wilt instellen voor een menuonderdeel dat er geen heeft, opent u Systeemvoorkeuren > Toetsenbord en kiest u het tabblad Toetscombinaties. Kies App toetscombinaties in de lijst aan de linkerzijde en druk dan op de plusknop onderaan.
Kies OmniPlan.app in de vervolgkeuzelijst Programma die verschijnt en voer dan in het veld Menutitel de exacte tekst in van het menucommando waarvoor u een toetscombinatie wilt maken. Plaats uw cursor in het veld Toetscombinatie en druk op de toetscombinatie die u wilt gebruiken. Klik tot slot op Voeg toe om uw nieuwe aangepaste toetscombinatie op te slaan.
Ga terug naar OmniPlan en probeer het maar!